19 september 2013

Ontwakend perspectief in een arabische wereld

De Arabische wereld is een ondoorzichtig kruidvat. Door invloeden van internet/tv/scholing worden deze gesloten maatschappijen voorzichtig opengebroken. Af en toe sijpelt zoiets door in het Westen. 
Een zwart-wit benadering zoals Wilders/Hoeiboei/Hans Jansen voorstaan, bekt wel lekker weg maar heeft helaas tot gevolg dat het integratie van moslims in onze maatschappij in de weg staat. Helaas is islambashing erg populair en nadrukkelijk aanwezig in de media. 
Hoe terecht Hans Jansen ook naar voren haalt dat de orthodoxe islam sterk staat en weinig interpretatieruimte biedt, het blijft staan dat de doorsnee moslim een cultuurvariant van de islam aanhangt en maar weinig weet heeft van de eigen religie. 
Volgens mij zijn moslims meer geholpen door te wijzen op positieve ontwikkelingen en door naar voren te halen dat ook in de islam meerdere interpretaties mogelijk zijn. Beter nog is de islam te ontmaskeren als een religie waarvan de waarheidsclaims op erg dun ijs staan. Dat realiseren zich maar weinig moslims. 
Ik krijg ook het idee dat Hans Jansen te weinig in rekening brengt dat door scholing, de aanwezigheid van tv, internet en mobiele telefoon de wereld van de islam opengebroken wordt. 
Er zijn diverse signalen die dit laatste aangeven. Er noem er een aantal:
  • een tv-serie in Saudi-Arabië op prime-time tijdens ramadan: ik en mijn vier mannen
  • Women2drive de strijd in Saudi-Arabië voor vrouwen achter het stuur 
  • Stemrecht voor vrouwen in 2015 in Saudi-Arabië
  • Tawakul Karman uit Jemen, 34 jaar oud, richtte de organisatie Women Journalists Without Chains (WJWC) op. Heeft de Nobelprijs voor de Vrede in 2011
  • Ghazi Beji and Jabeur Mejri, Tunesiërs die het aandurven Mohammed te beledigen op facebook. Atheisten die uit de kast komen.
  • Aliaa een jonge Egyptische vrouw die zich schaamteloos tentoonstelt op FB
  • Amina Sboui, Tunesische vrouwenrechtenactiviste, die ook wereldwijd bekend werd door een foto met op haar lichaam de woorden 'Fuck your morals
  • 6 april youth movement
  • De FB-acties: Israel-Loves-Iran, Iran-Loves-Israel 
  • politiek geladen streetart: Zoo-project in Tunesie, in Cairo, Icy and Sot uit Iran
  • The HarassMap, een Egyptisch initiatief tegen vrouwenverkrachting
  • Dalia Ziada: woont in Cairo, gekozen door Newsweek als één vd 150 invloedrijkste vrouwen ter wereld.  Blogt, fb't en twittert.
  • Als toefje op de pudding nog een leuke uit Turkije: de regenboogtrappen die elke internetter dit jaar wel een keer of wat zag langskomen. Hier is het verhaal erachter: een man die een openbare trap kleurrijk beschilderde, tegengewerkt werd door de plaatselijke overheid die bakzeil moest halen. Nu is een regenboogtrap teken van politiek verzet. 
Of je nu wel of niet instemt met dergelijke geluiden, feit blijft dat het signalen zijn van een ontwakende arabische wereld waar niet alles koekoek éénzang is.

18 september 2013

OBAMA en de WAPENLOBBY

De site SLATE.COM schat dat in de USA in 3/4 jaar bijna 25000* doden te betreuren zijn door vuurwapens.... Mijn gedachte was: klopt dit? Maar wie de site bezoekt wordt bij ieder figuurtje doorgelinkt naar een krantenbericht met de gegevens van een slachtoffer

Indien het percentage doden door vuurwapens in Nederland en de VS hetzelfde zou zijn dan zouden er
1766 doden per jaar in Nederland te betreuren zijn. Gelukkig is dit aantal in Nederland veel lager.
 
Wat zou het in werkelijkheid zijn? Ik doe een ruwe berekening en kom dan uit op 240 doden in Nederland. Dat is meer dan 7 keer zo laag!  


Hoe kom ik tot dit aantal van 240? Dat is als volgt opgebouwd:
  • 100 moorden: Het jaarlijkse Elsevieronderzoek geeft aan dat 150 moorden plaatsvinden (dus inclusief de moorden volgens andere methoden, ik corrigeer ruwweg tot 100)
  • 90 zelfdodingen met vuurwapens (maximaal 10% van de zelfdodingen vindt plaats door vuurwapens. Ik ben uitgegaan van 5%, maar waarschijnlijk is zelfs dit percentage nog veel te hoog)
  • 50 niet door media gemeld (dit is zeer waarschijnlijk veel te hoog ingeschat gezien de kleinschaligheid en mediacoverage in ons land).

Kortom: Obama is zo gek nog niet dat hij streeft naar inperking van het wapenbezit.



*De opbouw van de bijna 25000 in de USA is als volgt:
8255 doden (volgens mediaberichten) door vuurwapens
12000 zelfdodingen
4500 niet door media gemeld (inschatting)


17 september 2013

OVERDREVEN BEHOUDZUCHT

Ik ben, zo dacht ik, geen cultuurbarbaar maar soms moet je snoeien om het beste over te houden. De hedendaagse behoudzucht is een modieus verschijnsel. Dankzij de duidelijk andere opvattingen in voorgaande eeuwen kunnen we nu genieten van prachtige cultuur en kunst. 
Utrecht De Uithof, Warmtekrachtkoppelingcentrale - Liesbeth van der Pol, 2005
Een paar voorbeelden uit Rome: De St Pieter verving de oude basiliek. Jammer? Ja en nee. De schilderingen in de Sixtijnse kapel vernietigden een aantal oude. Jammer? Ja en nee. De San Clemente is gebouwd boven een oude kerk en die weer boven een romeins huis. Jammer? Nee. 
Soms is het beter om drastisch te vernieuwen om niet een onaantrekkelijke lappendeken van allerlei stijlen over te houden, hooguit leuk voor een kunsthistoricus.
Kortom: behoud van cultuurgoed is voor mij geen heilig beginsel. Niet al het oude is per definitie goed. Veel is middelmatig of zelfs slecht van kwaliteit. Kijk naar bijv. romaanse kunstuitingen, hoogbarokke kunst of allerlei neostijlen. 
Dat betekent aan de andere kant niet dat ik van mening ben dat middelmatige en slechte cultuuruitingen vernietigd moeten worden. Ook niet dat vernietigd moet worden omdat het mijn smaak niet is. Voldoende moet overblijven om een idee te krijgen hoe vroegere generaties tot leven komen in hun kunst- en cultuuruitingen. 
Tot slot nog een speelse opmerking over de hedendaagse modieuze behoudzucht: deze opvatting vernietigt de aloude cultuuropvatting 'verander om te verbeteren'

10 juli 2013

ABRAHAM'S OFFER / DE BINDING VAN IZAAK / DE AKEDAH

De strijd om het voortbestaan: Menashe Kadishman

Suspended, 1977, Storm King, Mountainville, New York 
Terwijl westerse kunstenaars vrijwel niets meer hebben met het thema van de 'binding van Izaak' is dat bij joodse kunstenaars totaal anders. Zij verbinden het aloude verhaal van de Akedah, met de huidige staat Israel. Toen werd bijna de geboorte van het het volk Israel verhinderd namens de HEER, een dreigende abortus. Nu staat opnieuw het voortbestaan van de staat Israel op het spel, een lugubere euthanasie. 
Kadishman doet dat op een zeer indringende manier. Bekend is vooral Shalechet/Fallen leaves in het Joods museum in Berlijn: het hoofd van Isaak is vermenigvuldigd, het zijn er duizenden geworden: oorlogsslachtoffers, nog steeds vertrapt door de bezoekers. Het lukt Kadishman waar maar weinig kunstenaars in slagen: hij trekt de toeschouwer in het kunstwerk en laat hem deel te laten uitmaken van de gruwelijke geschiedenis van de mensheid. Knerpend loop je dan over duizenden ijzeren hoofden.
Het werk is als een eindpunt in zijn werk. Het krijgt nog meer diepte door te beseffen dat aan het begin van dit werk het verhaal van de 'binding'  staat. Van slachtoffer tot offer zo zou je het oorspronkelijke verhaal kunnen duiden. In Kadishmans werk zie je een omkering: van offer tot slachtoffer. Indringend en veelzeggend, maar de oorspronkelijke gedachte lijkt verloren gegaan. Of gloort er aan de einder licht? Licht?
Ter illustratie nog een aantal foto's van ander werk, het middelste werk is ook in Breda (Vlaszak) te zien. Wie zich verdiept in zijn werk gaat ook meer en meer de geladenheid zien van het abstracte 'suspended' (hangend, zie eerste foto bovenaan)

 

8 juli 2013

ABRAHAM'S OFFER / DE BINDING VAN IZAAK / DE AKEDAH

Het verdwijnen van de 'binding' uit de kunst


Tot ongeveer 1650 blijft het thema van het 'offer van Abraham' populair onder kunstenaars. Religieuze kunst was in. De reden hiervoor duidde Huizinga  als volgt: 'het heilig onderwerp ontnam aan de kunstgenieting het stempel der zonde.' Of anders gezegd: het religieuze onderwerp was het voertuig dat het mogelijk maakte om ook taboe overschrijdende onderwerpen te schilderen.
Abraham's offer 1783c - Blake, William
Dat wordt drastisch anders, kunstenaars bevrijden zich van religieuze thema's, en een aantal eeuwen lang blijft het vrijwel stil, slechts een enkeling waagt zich nog aan dit thema. William Blake bijvoorbeeld, pakt het nog twee keer op. Het resultaat is duister, kil, afstotend, doortrokken van de ideeën van de vrijmetselarij. Meer dan een duiding van een begeesterd universum getrotseerd door de Mens, levert het niet op. Die Mens bleek ondanks alle bezweringen toch tot sterven gedoemd.
Abraham's offer 1783c - Blake, William
Alleen onder secundaire kunstenaars blijft het thema nog wat voortleven, maar meestal in de vorm van na-aperij. Hoopt men op de terugkeer van oude tijden toen prenten van Rembrandt, Ferdinand Bol en Gerrit Dou als zoete broodjes over de toonbank gingen? 

1 juli 2013

ABRAHAM'S OFFER / DE BINDING VAN IZAAK / DE AKEDAH - 1

Een bijbelkring over Genesis 22 (het offer van Abraham/de binding van Izaak) heeft mij doen duiken in de weerslag hiervan in de kunst. Tot ongenoegen van eega, want het werd een aantal keren heel erg laat.
Een fascinerende rondreis, temeer omdat drie religies (Jodendom, Christendom en Islam) dit verhaal als zeer belangrijk zien. Dit onderwerp is dan ook bij uitstek geschikt voor een kunsthistorische rondreis.
Heel boeiend zijn de laatste 100 jaar waarbij kunstenaars de vrijheid nemen het verhaal (eigenzinnig) te interpreteren.
Abraham's offer, 2002 - Falk, Alan (1945)
Een heel mooi voorbeeld levert Alan Falk (1945): een eigentijds tafereel in spijkerbroek. Allereerst wordt het aloude verhaal van Abraham en Izaak anders geïnterpreteerd: Abraham kiest na innerlijke tweestrijd voor dierenoffers tegenover de gangbare cultuur van mensenoffers. Dat doet de schilder door de rol die voorheen aan een engel werd toebedeeld nu aan Abraham zelf te geven. Ook de kleding is het opmerken waard: een trui en een spijkerbroek, hele alledaagse volkse kleding. Ongetwijfeld wil de kunstenaar ook hiermee een boodschap doorgeven.
Ik interpreteer als volgt: de Abrahamengel is de 'Ik' van Abraham zelf. Abraham komt tot zelfbewustzijn. Hij is geen verantwoording verschuldigd aan aardse, laat staan hemelse machten. Ieder mens is gelijk. En zijn strijd is de strijd met zichzelf. Hij heeft tot taak zich te evolueren tot een verantwoordelijk mens die alle onmenselijkheid van zich af werpt.
Het schilderij roept op deze manier de mensheid op om zelfbewust in het leven te staan en niet afhankelijk te zijn van welke aardse of hemelse 'godheid'. De schilder maakt het thema universeel door het verhaal neer te zetten als de eeuwige menselijke tweestrijd tussen goed en kwaad. Zo wordt Abraham tot in onze tijd navolgbaar op allerlei terrein.

19 april 2013

SLIM ETEN

Elsevier van 13 april 2013 bevatte een lezenswaardig artikel over onze overdadige eetcultuur.
Vooral de tips om psychologische valkuilen te vermijden zijn de moeite waard

  1. gebruik een boodschappenlijstje
  2. winkel met een volle maag en uitgerust
  3. vermijd openbare plekken met voedsel
  4. eet niet lopend of staand uit de hand maar gebruik uitsluitend bestek om te eten
  5. eet alleen aan tafel, eet bewust en langzaam
  6. gebruik geen groot servies (grote borden, diepe soepkommen etc)
  7. verdeel het eten in veel kleine hapjes en fop het brein
  8. ga voor kwaliteit en niet voor kwantiteit
  9. wakker liefde aan voor lekker eten
  10. het duurt ongeveer 2 maanden om een ingesleten eetpatroon te doorbreken

10 april 2013

THE HUNGERGAMES (Suzanne Collins)

Vorig jaar las ik een van de boeken die gestapeld liggen op onze salontafel. Een young adult book van dochterlief. Het kreeg lovende recensies, een toppositie in de NY-Times en een enorme hype was onstaan rondom dit boek. Toch overtuigde het boek mij niet. Te zwart-witte karakters, te weinig diepgang. Spannend, dat wel! Het is een soort Expeditie Robinson, maar dan eentje op leven en dood. 
Het boeiende aan het lezen van dit boek was het morele dilemma dat je voor de kiezen krijgt. Wordt je niet dusdanig het boek ingezogen dat je negatief gegrepen wordt door het geweld. Wordt je niet gedrongen in de rol van toeschouwer? Deze vraag zou nog meer spelen bij de verfilming, zo verwachtte ik. Aldus waren mijn gedachten vorig jaar augustus.


Deze week zag ik de film staan in de bieb en kon ik de verleiding niet weerstaan. Eerlijk gezegd viel de verfilming mij 100% mee. Geen verheerlijking van geweld, wat ik verwachtte, maar een duidelijke strijd van 'goed/liefde' tegen 'kwaad/haat'. Positief vond ik dat de aanloop naar de strijdarena vrijwel de halve film duurt (itt in het boek) waardoor duidelijk het goed/kwaadthema neergezet kan worden. Positief is ook dat in de vechtscenes het geweld duidelijk als afschuwwekkend wordt neergezet. Een positief contrast met the Lord of the Rings. Daarin wordt uitgebreid de tijd  genomen om op verheerlijkende wijze vechtscenes te verfilmen. Het is een zeer storend element in de LOTR en het staat in fel contrast met het boek van Tolkien. 
Een tweede positief element in deze film is dat maatschappijkritische lijnen duidelijker naar voren komen dan in het boek. Juist het gebrek aan diepgang vond ik daarin een storend element. Op een knappe manier wordt dit gestalte gegeven in de film, de onderdrukking, een rijk-arm thema, de dubbelhartigheid, het brood-en-spelen element. Voor een jongerenfilm voldoende aan de oppervlakte, maar niet dusdanig storend dat de film weggezet kan worden als moralistisch.

Deze positieve gezindheid komt duidelijk naar voren in het Bonus DVD. Consciëntieus hebben de makers ervoor gewaakt dat in de film het verheerlijken van geweld centraal komt te staan. 'Dit boek kan makkelijk verkeerd verfilmd worden' zo wordt terecht opgemerkt. De bonus-dvd geeft er een duidelijk voorbeeld van dat plaatsvond tijdens de montage van de training. Daarin is sprake van een contrastscene met speelgoedzwaarden spelende kinderen. Deze is vervangen door een loterijbord om daardoor de grimmigheid te vangen.

Kortom: een film beter dan het boek zelf. Ik denk dat ik mijn beslissing deel 2 en 3 niet te lezen zal herzien. Ik ben benieuwd naar de verfilming van het volgende deel. Het zal de komende jaren naar mijn verwachting een populaire serie worden. 

1 februari 2011

Ayaan Hirsi Ali

Het afgelopen jaar heb ik de publicaties van Ayaan gelezen. Een aantal jaren terug was zij te horen in één van de beroemde marathoninterviews van de VPRO. Zij maakte toen indruk op mij door haar levensverhaal. Daarin verwoordde zij ook waarom zij tegen het bijzonder onderwijs was. Vanuit haar achtergrond is dat goed te begrijpen, maar het tekent ook haar karakter. Zonder scrupules kegelt zij heilige huisjes omver. Haar kracht is tegelijk haar zwakte. Ondanks dat is mijn conclusie: zulke mensen zijn nodig in een maatschappij.
  • Mijn vrijheid (2006) / Infidel

Haar meest indrukwekkende boek. Met snijdend pijnlijke passages. Een aantal puntjes:
Ouders: Ayaan is geboren in Somalië. Haar vader is een belangrijk leider met visie: een Amerika stichten in Afrika (32). Haar moeder is de tweede vrouw en voormalig leerlinge van hem. Prachtig beschrijft ze hoe oma het belang van de clan inprent.
Besnijdenis: Hoewel haar ouders tegen infibulatie zijn (ook haar broer Mahad is niet besneden) slaagt haar oma erin de oude traditie uit te voeren (46vv), 'wat betekende dat ik nooit meer voor kintirleey (zij met de clitoris/smerige stinkerd) zou worden uitgescholden'. De vreselijke gevolgen komen openbaar in de huwelijksnacht.
Opvoeding: Ayaan kent van binnenuit de Koranscholen. Heeft zelfs een tijd in een lang zwart gewaad gelopen toen zij onder invloed stond van de Moslimbroederschap.
Kinderboeken: Het wordt vrijwel tussen neus en lippen opgemerkt in het boek, maar onderschat niet de invloed van kinderboeken. Het lezen van avonturenseries zoals De Vijf en De dolle tweeling opende haar ogen voor de totaal andere man-vrouw verhoudingen in het Westen en wekte in haar het verlangen naar dit westerse paradijs.
Somalië: Haar optreden in Somalië tijdens de chaos van de oorlog is indrukwekkend en tekent haar sterke karakter.
Vluchteling: Ze geeft een ontluisterend beeld van het vluchtelingenbestaan in Nederland. De ontwetendheid, het gebrek aan integratie, de ontheemding. Onthutsend is ook het clantribunaal dat plaatsvond nadat ze door haar familie is teruggevonden. Haar werk als tolk verbreedt haar inzicht in deze problematiek.
Politiek: Het laatste deel beschrijft haar politieke carrière. Het is erg gedetailleerd beschreven, er is nog te weinig tijdsafstand. Je merkt hier ook een karaktertrek van haar dat zij de geschiedenis naar zich toe schrijft waarin zij een hoofdrol speelt.
Regelmatig vroeg ik me dan af: heb ik nu zo slecht de krant gelezen dat ik deze gebeurtenissen over de kop zag? Daardoor denk ik dat je haar autobiografie kritisch op het waarheidsgehalte moet beoordelen. In een later boek geeft zij aan dat  zij dat moeilijk vindt vanwege haar opvoeding in een eercultuur.
  • Nomade (2010) 
Dit laatste boek is haar tweede autobiografische boek. Het is een vervolg op haar eerste boek Mijn Vrijheid. Na een korte thematische samenvatting gaat dit boek verder met haar vertrek  naar en leven in de USA. Opnieuw valt haar gedrevenheid op. Boeiend in dit boek is haar confrontatie met amerikaanse studentenmoslims die met haar in discussie gaan.
Uit de pers is vooral haar oproep aan het christendom naar voren gekomen. Een goed alternatief voor de islam als je dan toch wat wilt geloven. Helaas is het christendom wat zij voorstaat volledig horizontaal ingevuld. Het waarheidselement schuilt hierin dat zij christenen erop wijst hoe belangrijk het is om vriendschappelijk om te gaan met moslims. Dat is het voor haar ook geweest. En richt je niet uitsluitend op asielzoekers is het advies. Het doordrenkt raken van een andere cultuur dan de moslimse kost tijd en veel inspanning.
Dit laatste is zelfs bij Ayaan te merken, die toch radicaal afstand nam van haar moslimgeloof. Regelmatig merk je dan ook dat ze in haar meningsvorming nog last heeft van haar oude clancultuur.
  • Verzamelbundel met: De zoontjesfabriek, De maagdenkooi, Submission.
Leuke doorkijkjes in onze cultuur. 
De tekst van de film Submission is sterker dan ik dacht. Schokkend voor moslims is onder andere dat zij Allah rechtstreeks aanspreekt. Het is één felle aanklacht. In de bundel verantwoordt zij dit ook. Zij neemt de positie in van de bijbelse Job die tot God het woord richt. De houding van de koranische Job wijst zij af als fatalistisch en daardoor schadelijk.
Vroeg of laat zullen de misstanden die hier naar voren komen besproken moeten worden, hoe pijnlijk dat ook zal zijn voor de moslimgemeenschap. De film is hier te bekijken. 

31 januari 2011

"Ik wil niet in een wereld zonder kathedralen leven"

In de milieustraat van ons dorp, op de bodem van een papiercontainer vond R. het boek. Het zag eruit als nieuw. Wie gooide dit boek weg? En waarom? Of is het per ongeluk in een doos oud papier verzeild geraakt?
Meenemen mag niet. "Zelfs over een roestige spijker, doen we moeilijk", voegde een toezichthoudende ambtenaar mij toe, toen ik een versplinterd stukje hout mee wilde nemen. Een tegel op ons terras wilde ik vastzetten, en ik miste net een geschikt stukje hout, en ik was daar toch net. Terugleggen moest ik het...

Deze voorgeschiedenis past wel bij dit boek: Nachttrein naar Lissabon van Pascal Mercier. In drie woorden is het te typeren: een rijk boek. De schrijver is de filosoof Peter Bieri. En dat is te merken. Het thema is vrijheid. En aan de hand van het levensverhaal van een zekere Amadeu Prado wordt dit begrip beklopt, geproefd, betast.

Het is een ongelooflijk rijk boek geworden. Knap gecomponeerd. Terecht heeft het wekenlang in de toptien-lijstjes gestaan. Het is een van de weinige boeken die het waard zijn om opnieuw gelezen te worden.

"Één leven tegenover vele levens. Zo kun je toch niet rekenen. Toch?" (p156) vraagt Amadeu aan pater Bartolomeu. Zijn vriend Jorge O'Kelly, anarchist en atheïst, wil het leven van Estafânia Espinhosa, de jonge verzetstrijdster waar beiden verliefd op zijn, opofferen om zo vele andere levens te redden. Het is een klassiek dilemma dat direct raakt aan het vrijheidsthema van het boek. Wat is bevrijding als je verstrikt raakt in de knellende banden van het geweten?
Het knappe van het boek is dat dit thema in allerlei variaties opduikt. Zo heb je Adriana, Prado's zus die bij een verstikking een bevrijdende messtoot van hem krijgt. Deze 'bevrijding' ketent haar echter levenslang aan Prado. Zo is er het jongste zusje Melodie, verwekt tijdens een trip bij de Amazone, een ongelukje. Zo is er Eca Joao, de gemartelde en voor het leven getekende vrijheidsstrijder. Wat is vrijheid? De vraag duikt steeds op.
Belangrijk is ook de verhouding van Amadeu met zijn vader, rechter tijdens het regime. Een verhouding getekend door een generatieconflict. Door beiden nooit verstuurde brieven leggen het schrijnende ervan bloot. Amadeu worstelt met zijn vader, bewust van genetische bepaaldheid ("De contouren van de wil en de angsten van de ouders worden met gloeiende griffels in de ziel van het kleine kinderen geschreven",330) die stuurt en begrensd. Hij worstelt met de veroordeling van een dievegge door zijn vader. Kan dat in een misdadigersregime? Omgekeerd legt het leven van Amadeu zijn vader het zwijgen op. Geketend door zijn plichtsbesef, zijn ongeneeslijke ziekte waardoor hij krom groeit en zijn zoon. Uiteindelijk kiest hij voor een zelfgekozen dood.
De verhouding met de kerk wordt afgetast. In de figuur van pater Bartolomeu komen metafysische dimensies naar boven. "Ik wil niet in een wereld zonder kathedralen leven". Onder het luisterend oor van hem spreekt Amadeu in een rede zijn levensmotto uit. Een rede opgesteld samen met zijn vriend Jorge. Vol idealen stappen ze hiermee de wereld in. Maar het blijkt onmogelijk. Hun vriendschap spat uit elkaar. Hun schaakbord wordt begraven door Amadeu. Veelzeggend: immers het schaakbord is in het hele boek een geweldig mooie metafoor van het leven. Zo is het boek vol van beelden.

Ook de 'innerlijke ruimte' (p235) wordt afgetast. Prado verkent begrippen als eenzaamheid, ergernis, het momento mori. Zo blijkt Prado te leven met een aneurysma. Als een zwaard van Damocles wordt dagelijks zijn leven bedreigd door een plotselinge dood, die ook inderdaad gekomen is.

Dwars door dit rijke verhaal is er de zoektocht van de andere hoofdpersoon: Raimund Gregorius, gewetensvol leraar klassieke talen, die op een dag zijn stiptheid doorbreekt en kiest voor zijn vrijheid, een queeste naar de hoofdpersoon uit een door hem 'gevonden' boek. 

29 december 2010

Ouweneel in Myanmar (2)

20 november 2010 schreef ik:
Een opmerkelijk verslag van Willem Ouweneel over een bezoek aan Myanmar.
Vroeger zeiden ze: laat het eerst maar eens overwinteren en overzomeren. Een opmerking die ik toen 'errg' vervelend vond.
Het verwarrende voor mij is dat er tegelijk op ongenadig wijze commentaar wordt geleverd op TRIN vanuit de 'goedgelovig' hoek. Nu is dat echter een hoek waar de verzuring wel heel erg sterk heeft toegeslagen dus de opmerkingen aldaar moet je met flink wat korrels zout nemen.

- Heer, geef aub de gave van onderscheid - 

update 29 december 2010
Marten Visser heeft een zeer kritische reactie geschreven
Willem Ouweneel reageert op zijn website

Het is teleurstellend dat Ouweneel schrijft: '..onze taak is alleen te getuigen van alles wat God op de reis in Birma heeft gedaan. We hoeven niets te ‘bewijzen’, we hebben alleen getuigd.'
Uit zijn weerwoord blijkt ook dat hij niet zelf getuige is geweest en dat zijn onderzoek naar de 7 blinden onvoldoende is geweest.
Onbetrouwbare getuigenissen brengen veel schade toe. Het onderstreept nogmaals de noodzaak van kritische beoordeling van de 'tekenen en wonderen' die gepaard gaan met de prediking. 

23 december 2010

Sneeuw !



Zie facebook voor meer prachtige foto's

18 december 2010

De zwerftocht van een Bijbel: een verhaal van Jos Strengholt

Op de blog van Jos Strengholt is een ongelooflijk verhaal te lezen over de zwerftocht van een Bijbel en de vondst daarvan door een zekere Samy.
Het verhaal heeft ook nog een vervolg dat is te lezen onder de titel Hoe dat heel bizarre verhaal verder ging...

20 november 2010

Ouweneel in Myanmar

Een opmerkelijk verslag van Willem Ouweneel over een bezoek aan Myanmar.
Vroeger zeiden ze: laat het eerst maar eens overwinteren en overzomeren. Een opmerking die ik toen 'errg' vervelend vond.
Het verwarrende voor mij is dat er tegelijk op ongenadig wijze commentaar wordt geleverd op TRIN vanuit de 'goedgelovig' hoek. Nu is dat echter een hoek waar de verzuring wel heel erg sterk heeft toegeslagen dus de opmerkingen aldaar moet je met flink wat korrels zout nemen.

- Heer, geef aub de gave van onderscheid - 

10 november 2010

Indiareis - dag 4: doop in de rivier

Zondag 17 oktober 2010


Naar Havilah
Er wordt op de deur geklopt. Verschrikt schieten we overein. Verslapen! Het ontbijt staat al een tijdlang geserveerd in de eetzaal: ingeplofte pannenkoekjes en daarop een pittig aardappel/groentegerecht en een pot thee. In de eetzaal zit verder niemand meer.
We worden door E. opgehaald voor een bezoek aan Havilah Centre, het terrein waarop de scholen staan. De naam vindt zijn oorsprong in Gn 2. We worden rondgeleid en eindigen koffiedrinkend bovenop het dak waar we een goed overzicht hebben over het terrein. 
In de afgelopen drie jaar is er heel wat gebouwd. De secondary school is er bijgekomen, er is betegeling voor de primary school gekomen en op het moment wordt het hoofdgebouw onder handen genomen.
We ontmoeten een aantal leraren, zoals Taites en Detlef. 




We ontmoeten ook de vrouw van Parv, de voorganger in Nepal. Zij doet de tweejarige(?) opleiding. Een  mooie vrouw met een heel verhaal. Zoals veel mensen uit India en Pakistan is zij voor werk naar Koeweit gegaan. Daar wordt het paspoort ingenomen en wordt men tewerkgesteld. Moderne slavernij. (Kort geleden las ik in een HP of Elsevier een artikel hierover) Deze vrouw heeft geluk gehad. Er is door de school een bevrijdingsactie opgezet. Door te doen alsof haar moeder ernstig ziek was kreeg ze, na de belofte om na een maand terug te keren,  toestemming om naar India te gaan. Vanzelfsprekend is ze niet teruggekeerd. Drie jaar heeft ze voor niets gewerkt.

Doop in de rivier

Zes dopelingen staan gereed om vandaag gedoopt te worden. Ze worden door E. voor een laatste keer bevraagd op hun motivatie. Vier vrouwen, twee ervan uit Bhutan. Twee jongemannen. Één daarvan heeft 10 jaar tbc gehad. In een dienst was hij hiervan genezen. De doop was voor hem een heel emotioneel gebeuren. Hij huilde omdat hij zo bang was om terug te vallen in zonde. Ziekte en zonde worden sterk gekoppeld. Pastor Detlef wijzend naar het water: daar is je verleden, daar zijn je zonden gebleven! Zeg elke dag als je opstaat: ik ben een man van God, ik hoor bij U!  De andere jongen heeft een drugsverleden.




Met alle studenten lopen we door de bosschage naar de rivier die dicht langs centrum Havilah loopt. Terwijl de dopelingen afdalen naar het water worden onder handgeklap liederen gezongen. Opnieuw is er een kort moment waarop de dopelingen hun geloop belijden. Ik versta alleen het slot: dja Messie, prijs de Heer. 


Dan gaan ze beurtelings de rivier in en worden ze door Taites en pastor Detlef, onder vermelding dat de waterdoop verwijst naar dood en opstanding, ondergedompeld ‘in the Name of Jesus’. Ondertussen klappen en zingen de studenten op de oever. Het is een indrukwekkende gebeurtenis. Het Koninkrijk breidt uit.

Teruglopend raken we met E. in gesprek over de bijzondere leiding van God waardoor hij in India terechtkwam. Gezien de intieme kanten hiervan wil ik in een later stadium van dit verslag bekijken wat hiervan aan de openbaarheid kan worden prijsgegeven.

8 november 2010

Indiareis - dag 3: Nepalese gastvrijheid


Na afloop van de dienst rijden we met een paar gemeenteleden erbij in onze auto naar het huis van voorganger Parv. Over een smal slingerpaadje rijden we een paar km de bush in, tot we niet meer verder kunnen. Lopend gaan we verder. De gevaren van het bos verbergen zich voor mijn westers oog. Ik ervaar het hier als paradijselijk mooi, ondanks de armoede die de eenvoudige houten woningen uitstralen. 

Ik maak foto’s van de omgeving. Kinderen komen nieuwsgierig kijken en willen op de foto. Dat kost de nodige tijd. 
Ondertussen lopen de anderen door en zijn in geen velden of wegen meer te bekennen. Een jongetje wijst naar een huisje. Er staat een man, wil hij op de foto? Ik doe dat en loop verder. In gebarentaal vraag ik de weg. 
Aan de rand van het bos staand zie ik een brede rivierbedding voor me, deels beplant met rijstplanten. Men wijst naar de overkant van de rivier. Moet ik daar naar toe? Ik daal af en loop over een smal paadje door de rijstvelden naar de rivieroever. Daar stopt het pad. Niemand te zien. Ik wacht... Fluit op mijn vingers... Stilte... Het is onbeschrijflijk mooi hier. Maar toch, wat nu? 

Ik besluit terug te keren. Teruglopend naar de hoger gelegen bosrand zie ik plots M. staan. Ik ben te ver gelopen. Ze zaten in het hutje waar ik een foto nam van een man. Ze hoorden mij praten en dachten dat ik wist waar ze zaten. Pas toen ik maar niet verscheen begrepen ze dat ik de weg kwijt was.

In een klein kamertje van het huisje staat een maaltijd gereed. We krijgen een groot bord witte rijst. Voor ons staan in schalen de gerechten. Pittige aardappelen, in stukken gehakte gebraden kip gemengd met lever, een zeer pittig doperwtachtig gerecht, meloenachtig rood vruchtvlees, bananen, komkommers, een soort chips. Erik doet voor hoe je met je rechterhand de gerechten door de rijst kneedt, een hap opschept met je vingers en met je duim in je mond schuift.
En, was het lekker? Ja. Het smaakte voortreffelijk. Al tartte de pittigheid opnieuw mijn smaakpapillen. Onterecht bleek onze angst voor plaatselijke lekkernijen zoals lillerige vetdelen, hersenkwabben en je droevig aanstarende geitenogen. 

Onze gastheer eet zelf niet mee, maar komt af en toe kijken of het ons smaakt. Na afloop verschijnt een meisje dat geruisloos alles wegruimt. Op de veranda wordt water over onze handen geschept zodat we ze kunnen wassen.

Met een paar kinderen loop ik nog een stukje het bos in. Ze wijzen steeds naar boven. Maar ik zie niets bijzonders Later komt er een jongetje bij dat gebrekkig engels spreekt. Er leven apen in de bomen, begrijp ik dan. Ondanks de armoede, het gebrekkige onderwijs enz. kun je hier een mooie jeugd hebben. Zo’n prachtige speelplaats, ver van betonstad, is niet voor ieder kind weggelegd.

Terugkomend zie ik iedereen op het erf zitten. De mannen praten nog wat na met E. 
Het wordt intussen snel donker, tijd om te vertrekken. De chauffeur heeft het voor elkaar gekregen de auto te draaien en over het smalle pad rijden we naar de weg. Het rijden in het donker is een stuk gevaarlijker dan overdag. Onverlichte fietsers en lopende mensen doemen regelmatig op in de lichtbundels van de auto. Onze chauffeur rijdt goed, al toetert hij heel wat meer dan E. We passeren opnieuw de grens, nu slechts met een oponthoud van een half uur. Steeds komen we door dorpjes waar het Durga Pujafeest nog in volle gang is. Overal brandt sfeerverlichting en regelmatig zien we tempels opgetrokken van doek met daarin de godin geflankeerd door mindere goden. Ook zijn er overal kermisattracties en stalletjes met lekkernijen te zien. Gestaag vorderen we, al gaat het soms stapvoets. Dan staan we stil, midden in Siliguri. Muurvast.
Hoe lang? Ik weet het niet. Wel weet ik dat een ‘traffic jam’ in NL een stuk saaier is. Volgeladen busjes, bromfietsen en riksja’s geven genoeg te zien. Via een zijstraatje komen we in uiteindelijk in een rustig deel van de stad. Half twaalf zijn we thuis.

6 november 2010

Indiareis - dag 3: een kerkdienst in Nepal

Een kerkdienst in Nepal

We verlaten de hoofdweg en slaan een zijweg in. De omgeving wordt nog authentieker, schilderachtiger. In een klein dorpje nemen we een kronkelend pad door de rijstvelden en komen we bij ons doel van de tocht. Een piepklein kerkje van vlechtwerk met golfplaten dak. Zo’n anderhalf uur later dan gepland, vanwege de lekke band en ons verlate ontbijt. ‘Niet erg hoor, ze zingen wel wat langer’ was de reactie van E. En inderdaad, het kerkje zit nog stampvol zingende mensen.
We worden verwelkomd en mogen in stoelen plaatsnemen tegenover de gemeenteleden. Een welkomstsjaaltje wordt ons omgehangen. We groeten terug, licht voorover buigend, met onze handen tegen elkaar gedrukt en zeggen de christelijke groet na, iets als: dja Messie, prijs de Heer.
Den zingt de gemeente verder, met slagwerk en handgeklap. En ook ik zet de knop om. Als gasten van deze broeders en zusters kunnen we toch niet als koele kikkers blijven staan, denkend aan Holland, met zijn brede rivieren, traag door oneindig laagland gaand...

De muziekleider zet zelfs een dansje in. Elegant draait en beweegt hij zijn armen en handen, overduidelijk gestempeld door de Indiase cultuur.
Dan valt plots een vrouw op de grond. Schokkend en geluiden uitstotend ligt ze daar. E. ervaart het als een aanval van demonie. Samen met de voorganger brengt hij haar achterin het kerkje. Daar bidt E. voor haar en gebiedt in Jezus Naam de demon te vertrekken. Nadat ze rustiger is geworden laat hij haar nazeggen dat Jezus haar Heer is. Ondertussen zingt de gemeente onverstoorbaar verder. Aan het eind van de dienst blijft ze geknield voor het podium liggen. 

Na afloop vertelt E. dat de vrouw zich bezighoudt met ‘witchcraft’. Een tijd geleden was ze ook al eens in de dienst. Tijdens de aanval was ze totaal afgesloten van de buitenwereld en hoorde ze niets.
M. krijgt de gelegenheid om de gemeente te groeten. Hij doet dat mooi aan de hand van Ps 107:1-3 Looft de HERE, want Hij is goed. Uit alle landen worden de verlosten verzameld.

Dan krijgt E. het woord. Voor de allereerste keer preekt hij zonder vertaler, rechtstreeks in het Nepali, een aan het Hindi verwante taal, de spreektaal van de Indiërs. Jh 1 en 4 staan centraal.
- Filippus ziet Jezus en spreekt over: Jezus, de zoon van Jozef (1:46).
- De ontmoeting met Natanael mondt uit in de belijdenis: Rabbi, u bent de Zoon van God, de Koning van Israël (1:50)
- De ontmoeting met de Samaritaanse leidt tot: Jezus is de Messias oftewel Christus (4:25-26)
- De Samaritanen belijden tenslotte: Jezus is de Zaligmaker der wereld (4:42)

Aan het slot van dienst worden mensen gezegend en voor hen gebeden. Voor mij het meest onwennige gedeelte. Het gaat er eufemistisch gezegd behoorlijk charismatisch aan toe. De voorganger pakt een hoofd tussen beide handen en bidt en geeft regelmatig een licht schokje. E. is gelukkig een stuk nuchterder. Hij legt slechts een hand op het hoofd van de ander en bidt. Vrouwen vallen of laten zich vallen. Voor mij een jongen die zeer heftig en geëmotioneerd bidt. Verlangt hij om te vallen? Later zegt E. dat hij God aan het aanbidden was vanwege de ontvangen zegen.

Nog een punt wil ik naar voren halen. Tijdens het aanbiddingsgedeelte wordt er gezamenlijk hardop gebeden. Dat is eerst onwennig, concentreren is moeilijk. Zodra je van je afzet dat je geen buitenstaander bent maar deelnemer aan een eredienst lukt dat. Mijn ervaring is dan ook heel positief. Je bidt intenser en hartelijker dan alleen. Dit is iets wat ik graag in ons gemeentelijk leven zou willen overnemen.

5 november 2010

Indiareis - dag 3: naar Nepal

Zaterdag 16 oktober 2010
Het slapen op het harde tweepersoonsbed ging beter dan verwacht. Halverwege de nacht werd het zonder laken of deken toch wat frisser en heb ik mijn pyjama aangedaan. Gelukkig had ik die op het laatste moment in de koffer gedaan. Last van een jetlag heb ik niet. Debet daaraan zijn ook de twee continu draaiende fans boven ons hoofd, die een geluid maken als ruisende bomen bij windkracht 7.
Om zeven uur worden we door E. opgehaald. Een dagje Nepal staat op het programma. E. heeft een chauffeur meegenomen. Gezien de intensiteit van het rijden een verstandige beslissing. De rijstijl is in één zin samen te vatten: go with the flow. Je let vooral op de weg voor je, let op de tegenliggers en luistert naar getoeter achter je. Door de vele kuilen in de weg gebruik je vaak de hele breedte van de weg. Haal je iemand in dan toeter je om te waarschuwen dat hij rechtuit moet rijden. 


Later die week vraag ik: hoe zit het met de verkeersregels? Heeft linkskomend verkeer voorrang? Schouderophalend antwoordt E. dat hij dat niet weet. Zeven jaar India heeft hem dat niet geleerd.  In de loop van de week zie ik dat de ogenschijnlijke chaos in het verkeer toch wel meevalt en dat indereen zich houdt aan die ene regel: go with the flow.

Na een kort bezoek aan het Schoolcentrum van E. rijden we langs uitgestrekte theeplantages naar Nepal. We zijn immers in het gebied van de Darjeeling thee. Een begrip in de wereld van theeleuten en tea-party movements, zelfs bij niet-theedrinkers zoals ik. 

Al snel stopt de chauffeur. We hebben een probleem. Er blijkt een spijker in de achterband te zitten. Bij een van de vele bandenbedrijfjes langs de weg stoppen we voor een reparatie. Dat gaat enige tijd duren. Ondertussen kijken we rond en genieten van de bedrijvigheid. Kippenboeren laden hun kippen in grote manden. Een vrouw put water. 
Aan de overkant van de straat een donkerogende vrouw met stip en streep op het hoofd. Ze zit in een nauwelijks zichtbaar stalletje. Hoe is het mogelijk dat zij nog iets verkoopt? Wie ontdekt haar? Een hele dag niksdoen? Schuw, maar toch nieuwsgierig komt zij ons westerlingen, bespieden. En ook wij pogen haar op de foto te zetten. 


Daarachter een tempel in de vorm van een lotusbloem. Op een vervallen schuur een vreemde spreuk geschilderd: Netaji is alive. He will return as the leader of the nation, nay the world. Wat is dit? Is dit religieus? Ik besef dat veel uit deze cultuur ons onbekend is.  
Achter de bedrijfjes verborgen achter bomen, ligt nog een hele wijk met kleine huisjes en hutjes. Een rund wandelt vrij rond op een bospaadje Op een erfje zie ik een kip met kuikens, een vastgebonden kalf, een varken. Nieuwsgierig bekijken de mensen me. Bereidwillig poseren ze voor een foto.

Verder gaan we. Tot we voor mijn gevoel ‘in the middle of nowhere’ stoppen in een eenvoudig dorpje bij een modern hotel-restaurant met bakkerij in westerse stijl. Hier? Ja, hier. Het blijkt dat ze zich richten op toeristen die deze Himalaya-regio verkennen. Het is niet al te ver verwijderd van het vliegveld bij Siliguri. Wij ontbijten. Sandwichs met heerlijke koffie. De chauffeur zit aan een tafeltje apart. India is een standenmaatschappij. Het doorbreken hiervan kan blijkbaar alleen geleidelijk.

Was onze aankomstdag al vol van indrukken. Deze dag overtreft het met glans. Een continue stroom van kraampjes en uitstallingen houdt onze blik gevangen. Een geslacht varken wordt onthaard. Een rij aan haken opgehangen geslachte geiten. Regelmatig passeren we brede rivierbeddingen met nauwelijks water. Er wordt druk in gewerkt, zand afgegraven en in vrachtauto’s afgevoerd. Vrouwen doen er de was. En één keer zie ik aan de rivier een groepje mensen staan bij twee hoog oplaaiende vuren. Lijkverbranding...

De grens naar Nepal passeren duurt een uur volgens E. Bij een vrij onopvallend bord stopt onze chauffeur. We stappen uit en lopen naar het een vijftig meter van de weg gelegen grenskantoortje. Het invullen en de controle van alle formulieren duurt ruim een half uur. Zo’n twintig toeristen passeren in dit jaargetijde dagelijks de grens. Meer grensverkeer zou echt voor problemen zorgen. Voor Indiërs en Nepalezen is er gelukkig vrij grensverkeer. 







de toegangspoort tot Nepal bij Kakarbhitta
We zijn India uit, nu nog Nepal in. We rijden verder, passeren een brede rivier, en rijden door de toegangspoort van Kakarbhitta Nepal binnen. Daar herhaalt zich de bureaucratie. Terwijl ons visum wordt klaargemaakt kijken we rond bij de mooi bewerkte toegangspoort. Riksja’s rijden af en aan. Kleurrijke vrouwen vragen onze aandacht. We komen ogen te kort.










Al snel valt op dat Nepal anders is. Er duiken steeds meer paalwoningen op. Eronder is plaats voor 
vee en materiaal. De omgeving wordt groener. Veel bananenplanten en bamboe langs de weg. Frisgroene rijstvelden wisselen af met palmboombossen. Het blijft vlak. De voorlopers van het Himalayagebergte blijven op afstand.